Hamari Kahani 1
Rode muts
Ik weet nog goed dat ik aan de andere kant van het metrostation stond met de auto en naar jou belde. En je nam op met een verlegen en onzekere stem. Mijn hart klopte snel. Ik wist niet goed hoe ik zou moeten groeten. Ik wilde je zo graag leren kennen. Ik had al door dat wij zoveel met elkaar gemeen zullen hebben. En op een intense manier elkaar zullen kunnen gaan begrijpen.
De auto draaide ik en kwam de straat in en ik zag je niet. Nogmaals belde ik en keek links over mijn schouder en zag iets roods. Een rode gloed over de straat dwarrelen. Was jij dat? Ik hield mijn adem in en zag je dichterbij komen.
Rood was de kleur.
Knalrood op een winterdag.
En je deed de deur open en begroette mij met de meest keurige “assalamualaikum”.
Hadden wij niet over DM gesproken dat wij beide atheisten waren?
En zo was je ineens in mijn auto.
Onze eerste date.
Ik praatte inderdaad veel.
Maar je moest eens weten hoe mijn hart klopte voor je.
Ik wilde geen stiltes tussen ons.
Er is zoveel te ontdekken over elkaar.
En ik wist niet hoelang ik jou in mijn leven zou hebben.
Wij liepen langs het water en in het donker door de bomen.
Verschillende onderwerpen kwamen langs.
En op een of andere manier voelde het gelijk vertrouwd.
De toon van hoe je sprak en de manier hoe je dacht.
Ik voelde mij verwant aan je.
Het gesprek in de auto en onze milkshakes die wij haalden.
Het waren kleine momenten, maar wij waren echt into elkaar.
Ik wilde je zo graag.
Maar jij liet je niet zomaar vangen, en bij de stoplicht zei je ook dat ik jou nog niet had gevraagd voor een relatie.
Weet je nog, Hera?
Toen ik parkeerde in die straat.
En stilte tussen ons inviel.
Alsof de schaduw van de nacht over de auto viel.
Wie kuste wie?
Wie bewoog eerst?
Ik weet het niet meer.
Maar mijn lippen raakten die van jou aan.
Intens.
Ik kreeg geen genoeg van je.
En je rook zo fantastisch.
Helemaal in een trance was ik van je.
En toen liep je naar huis.
Ons verhaal was begonnen.
En die is nog niet geeindigd.
Het leven kan nog lang duren voor ons beiden.
En wij hebben jarenlang zonder elkaar geleefd en keerden terug naar die staat in januari,
maar dat is niet hoe het had moeten eindigen.
Ik wil je vertellen door te schrijven,
wat wij waren,
hoe wij waren,
en wat liefde voor elkaar betekende.
Vergeven en vergeten is niet aan mij.
Jij gaat daar alleen over.
Maar laat mij alsjeblieft schrijven, meri jaan.
En laat die helder bruine ogen van je over de woorden glijden.
Ik wil nog zoveel aan je vertellen.
En zal daarmee niet stoppen.
Want wat wij hadden daar kan niets tegenop.
Wij waren meer dan verliefd op elkaar,
het was een verbinding die geen grenzen kende.
En geen normen volgde.
Ik houd nog altijd veel van je.
Tot de volgende brief